Hongi-tochten

In 1650 brak in Ternate een opstand uit tegen de pro-Nederlandse sultan Mandar Syah. VOC-Gouverneur Arnold de Vlamingh van Outshoorn bedwong de opstand met een harde militaire campagne die vijf jaar duurde: de Grote Ambonse Oorlog (1651-1656). Tijdens die strijd werd op Ceram het schiereiland Hoamoal vrijwel geheel ontvolkt en de bevolking gedeporteerd naar Ambon. Uiteindelijk erkende de sultan van Ternate het gezag van de VOC over de Molukken.

De VOC verbood voortaan het verbouwen van kruidnagelen buiten Ambon. Behalve de kruidnagelbomen op enkele eilanden in Ambon, werden alle kruidnagelbomen vernietigd en was het voortaan illegaal om op de andere eilanden kruidnagelen te verbouwen en te verhandelen. De sultan van Ternate stemde er in ruil voor een jaarlijkse genoegdoening, er mee in dat de kruidnagelcultuur in zijn gebied werd vernietigd (extirpatie). Zo werd de monopoliepositie van de VOC voor lange tijd veiliggesteld. De productie van kruidnagelen was in handen van de Ambonese bevolking die via de dorpshoofden leverden aan de VOC. De naleving van het verbod werd gecontroleerd tijdens militaire inspectietochten, de zgn. hongi-tochten. De term hongi-tocht komt waarschijnlijk van het Ternataanse woord "hongi" dat "armada" betekent: een vloot van gewapende prauwen.

Het eerste doel van de hongi-tochten is het uitvoeren van strafmaatregelen tegen de smokkelaars die de VOC monopolie overtreden en tevens moet het dienen om buitenlandse handelaren die nog in dit gebied opereren, af te schrikken. Het tweede doel is om de productie in de hand te houden door middel van vernietiging van een deel van de bomen opdat de prijzen constant blijven.

De gouverneur van Ambon liet zich ieder jaar gedurende vier tot acht weken langs verschillende eilanden in de Molukken roeien. Hij sprak met de lokale bestuurders over bestuurszaken. Illegale kruidnagelboompjes werden gekapt. Deze waren eerder in de loop van het jaar door speciale boslopers ontdekt. Voor iedere aangegeven boom ontvingen zij een premie van de VOC. Als er een illegale opslagplaats van kruidnagelen werd ontdekt, had dat een strafexpeditie tot gevolg, waarbij huizen en soms het hele dorp en plantages van de eigenaars van de opslagplaats werden vernield. De voorraad werd uiteraard in beslag genomen.

De hongi-vloot bestond uit tientallen kora-kora (letterlijk vertaald "waterschildpadden"). De kora-kora zijn felgekleurde, 10 tot 30 meter lange, smalle, boten met drijvers aan beide zijden, zgn. vlerkprauwen. De grote kora-kora konden wel 200 man vervoeren en hadden enkele stukken geschut aan boord. De kora-kora werden, bij wijze van herendienst, voorzien van roeiers die afkomstig zijn van Ambon. Elk dorp moest een aantal roeiers leveren die in deze periode (tussen een en twee maanden) in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien. De roeiers zaten op de drijvers en roeiden op het ritme van een of meer trommelslagers. Valentijn geeft een uitvoerige beschrijving van zo'n hongi-tocht, gevoerd in 1702. Op deze tocht worden 61 kora-kora meegenomen met 6.718 roeiers. De Compagnie voorziet hen slechts van een beetje rijst en tuak (rijstwijn). Dit laatste als stimuleringsmiddel opdat de roeiers meer presteren.

Sinds 1662 werd er na terugkeer van de hongi-tocht een groot feest georganiseerd. Vanwege de bij de religieuze verschillen horende verschillen in eetgewoonten werden de christenen en de moslims op verschillende dagen ontvangen. In 1769 werden de dure feesten op bevel van Batavia afgeschaft.

Door de vernietiging van de kruidnagelbomen was de oogst aanvankelijk sterk afgenomen. Daarom moesten vanaf 1664 de legale kruidnagel-verbouwers hun tuin in drie jaar tijd met zestig bomen uitbreiden, zodat er in totaal ca. 300.000 bomen extra kwamen. Nog voor deze nieuwe aanplant vrucht ging dragen, nam de productie al toe doordat eerder genomen beperkende maatregelen niet te handhaven bleken. De productie was uiteindelijk enorm; volgens berekeningen van de VOC twee keer de jaarlijkse wereldconsumptie. Daarom verboden de Heren XVII in 1686 elke aanplant, ook die ter vervanging van dode bomen. In 1692 bleek bij een telling dat er drie keer zoveel bomen waren als toegestaan. Hierom moesten alle bomen die waren aangeplant na 1686 worden vernietigd. Dit had echter geen enkel gevolg voor de productie op dat moment omdat de vernietigde bomen nog geen vrucht droegen. Na 1720 daalde de oogst snel vanwege de hoge leeftijd van de bomen. Pas in 1760 waren de voorraden weer op peil.

De gevolgen van de hongi-tochten zijn belangrijk, omdat dit uitgroeit tot een algemeen economisch beleid van het Nederlandse koloniale bewind, beter bekend onder de naam 'Cultuurstelsel'.

Bronnen

[1] . Website Djangan Lupa Maluku . - (online van 1997-2007), . [nl]
[2] Akveld, Leo, en Els M. Jacobs, 2002. De kleurrijke wereld van de VOC : nationaal jubileumboek VOC 1602/2002. - Bussum: Uitgeverij Thoth, 2002. - 192 p., [nl]
[3] Jacobs, Els M., 2000. Koopman in Azië : de handel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie tijdens de 18e eeuw. - Zutphen: Walburg Pers, 2000. - 304 p., [nl]
[4] Valentijn, François, 2002. Oud en Nieuw oost-Indiën, deel I. - Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2002. [nl]