Adriaan van der Meijden

Functies bij de Compagnie

Hoofd in Negombo (Ceylon): 1649
Secunde van Ceylon: april 1652 tot oktober 1653
Gouverneur van Ceylon: oktober 1653 tot 1660
Raad extra-ordinaris van Indië: 1657
Raad van Indië: 1658
Gouverneur van Ceylon: 1661 tot 1662

Biografie

Adriaen van der Meyden kwam in 1633 uit als hooploper. Hij werd in juni 1643 opgeroepen als onderkoopman van Coromandel om zich, samen met drie anderen, wegens het drijven van particuliere handel te verantwoorden voor de Raad van Justitie in Batavia. Bij resolutie van 5 maart 1644 wordt Van der Meijden benoemd tot koopman en bij die van 9 maart 1645 wordt besloten hem opnieuw naar Coromandel te zenden. Daar wordt hij in april 1645 bij de stichting van het comptoir in Tegenapatnam met de koopman Govert van Crackouw en 3 assistenten geplaatst in het nieuwe comptoir. In 1646 werd hij hier opperkoopman. In 1649 werd hij hoofd in Negombo en werd in 1651 belast met een zending naar Kalipatnam. Op 25 april 1652 werd hij secunde op Ceylon en van 11 oktober 1653 tot 1663 was hij gouverneur van Ceylon in Galle. Tijdens dit bewind werd op 15 oktober 1655 Caliture op Ceylon veroverd en werd op 9 november 1655 door de directeur-generaal van de land- en zeemacht Gerard Hulft het beleg voor Colombo begonnen, waarbij Hulft 10 april 1656 sneuvelde en waarna onder Van der Meijden de sterke vesting na 6 maanden belegering door de onzen op 12 mei 1656 op de Portugezen werd veroverd. Sindsdien was Colombo het hoofdcomptoir van de VOC op Ceylon. Vervolgens werd op 1 februari 1658 door majoor Jan van der Laan Tutticorijn veroverd en op 22 februari het eiland Manaar en 22 juni 1658 Jaffnapatnam, beide door Rijcklof van Goens. met een onderbreking in 1660 om zich in Batavia te verantwoorden wegens particuliere handel. In mei 1656 veroverde hij Colombo.Intussen was Van der Meijden in 1657 Raad extra-ordinair van Indië geworden en in 1658 gewoon Raad van Indië. In 1659 sluit hij een contract met de Naik van Madoera (op de overwal van India gelegen). Hij kreeg echter onmin met Van Goens, die als commissaris-generaal voor Ceylon en Voor-Indie en als krijgsoverste veel op Ceylon was. Die kwesties eindigden erin dat hij op last van Van Goens in 1662 wegens sluikhandel voor de Raad van Justitie in Batavia moest verschijnen. Bij resolutie van 14 juni 1663 van de Indische regering werd Van der Meyden en de Raad van Indië Dirk Cleur, ingevolge last van de Heeren XVII, opgedragen met de eerstvertrekkende vloot te repatrieeren. Voor zijn vertrek, eind 1663, huwde hij nog in Batavia op 27 september 1663 met Clara Sweers de Weerdt, weduwe van Mr. Adriaan van Groenesteyn, advocaat in Den Haag, daarna opperkoopman van de VOC.

 

Bronnen

RGP-GS112, 1964. Generale Missiven van Gouverneurs-Generaal en Raden aan Heeren XVII der Verenigde Oostindische Compagnie : Deel II: 1639-1655. - Den Haag: Martinus Nijhoff, 1964. - 870 p., [nl]
Wijnaendts van Resandt, W., 1944. De gezaghebbers der Oost-indische Compagnie op hare buiten-comptoiren in Azië. - Amsterdam: Uitgeverij Liebaert, 1944. - 316 p., [nl]