Woordenlijst - Navigatie

voet
lengtemaat:
1 Amsterdamse voet = 0,2831 m
1 Rijnlandse voet = 0,3139 m
1 Engelse voet = 0,3048 m
De Amsterdamse voet is verdeeld in 11 duim. De voet werd ook wel verdeeld in palmen. Deze laatste eenheid werd gebruikt om de diameter van rondhout voor masten en ra's aan te geven.
jacobsstaf
eenvoudig vroeg-16e-eeuws instrument om de hoogte van hemellichamen vast te stellen. Het instument bestaat uit twee latten: een hoofdlat en een daaraan verbonden verschuifbare dwarslat. Op de hoofdlat staan graden aangegeven. Je richt de hoofdlat op de poolster en beweegt de dwarslat net zolang totdat deze op de horizon wijst. De hoek is nu af te lezen; op de Noordpool 90 graden en op de evenaar 0 graden. Opvolger van de astrolabium, voorloper van octant en sextant.
zandloper
tijdmeter bestaande uit een in het midden ingesnoerd glas, ten dele gevuld met zand dat in een bepaalde tijd uit het ene deel in het andere valt.
spil
werktuig bestaande uit een verticale as voorzien van klampen, die met behulp van spaken of windbomen kan worden gedraaid om door middel van om de klampen gevoerd touw zware lasten te hijsen of verplaatsen.
astrolabium
zee-astrolabium; verticaal opgehouden cirkelvormig meetinstrument met graadverdeling aan de omtrek en draaibare peilaanwijzer, de Alhidade, waarmee de hoogte van een hemellichaam kan worden gemeten. Het werd gebruikt om de breedtegraad van een schip op zee te meten door de middaghoogte van de zon te meten of de hoogte van een bekende ster. Het instrument had vrij grote afwijkingen. Opgevolgd door de jacobsstaf en later octant en sextant.
octant
meetinstrument met een raamwerk van eenachtste van een cirkel om de hoogte van en de onderlinge hoek tussen hemellichamen vast te stellen.
sextant
een uit de Octant ontwikkeld meetinstrument met een raamwerk van eenzesde deel van een cirkel om de hoogte (hoek tussen de horizon en een bekend hemellichaam) van en de onderlinge hoek tussen hemellichamen te meten.
musketschot
ca 100 meter. Zie ook Kanonschot.
Paskaart
paskaarten zijn kaarten van hele oceanen of grote delen daarvan. Ze bevatten een topografische weergave van kustlijnen, rivieren en eilanden en zijn voorzien van een verdeling in lengte- en breedtegraden. Zie ook leeskaart.
Kanonschot
ca 500 meter. Zie ook musketschot.
leeskaart
leeskaarten waren beschrijvingen van kusten, havens, stromen en getijdetabellen, dieptepeilingen, bodemkenmerken, bakens en opvallende herkenningspunten. De leeskaarten waren voorzien van kaarten, schetsen en afbeeldingen. Zie ook Paskaart.
ra
rondhout dat meestal dwarsscheeps aan de mast is gehangen om een razeil aan te bevestigen. Bij het logger- en het emmerzeil hangt de ra langsscheeps.
Octant
meetinstrument met een raamwerk van eenachtste van een cirkel om de hoogte van en de onderlinge hoek tussen hemellichamen vast te stellen.
duimen
lengtemaat, eentiende of eenelfde deel van een voet.
1 Nederlandse duim = 1 cm (19de eeuw)
1 Amsterdamse duim = 2,547 cm
1 Engelse duim (inch) = 2,54 cm
palmen
maat voor de diameter van rondhout.
Astrolabium
zee-astrolabium; verticaal opgehouden cirkelvormig meetinstrument met graadverdeling aan de omtrek en draaibare peilaanwijzer, de Alhidade, waarmee de hoogte van een hemellichaam kan worden gemeten. Het werd gebruikt om de breedtegraad van een schip op zee te meten door de middaghoogte van de zon te meten of de hoogte van een bekende ster. Het instrument had vrij grote afwijkingen. Opgevolgd door de jacobsstaf en later octant en sextant.
alhidade zie Astrolabium
Amsterdamse voet lengtemaat. Zie ook: voet.
astrolabium zee-astrolabium; verticaal opgehouden cirkelvormig meetinstrument met graadverdeling aan de omtrek en draaibare peilaanwijzer, de Alhidade, waarmee de hoogte van een hemellichaam kan worden gemeten. Het werd gebruikt om de breedtegraad van een schip op zee te meten door de middaghoogte van de zon te meten of de hoogte van een bekende ster. Het instrument had vrij grote afwijkingen. Opgevolgd door de jacobsstaf en later octant en sextant.
baar ook barra, barre. Ondiepte voor de mond van een rivier.
bakboord linker zijde van het schip, van achteraf gezien.
bestek dagelijkse positiebepaling; gegist bestek: plaatsbepaling op grond van gestuurde koers, gemeten snelheid en gevaren tijdsduur; astronomisch bestek: plaatsbepaling op grond van de waarneming van hemellichamen.
bijlegger 1. een schip dat bijdraait; 2. een hevige tegenwind, die belet zeil te voeren en tot bijleggen noopt.
boegseren het door middel van één of meer roeiboten voorttrekken van het schip.
dieplood een gewicht, verbonden aan een van merktekens voorziene lange lijn, om de waterdiepte te meten.
examinator der zeekaarten moest o.a. alle kopieën van kaarten die werden meegegeven aan de schepen vergelijken met de officieel goedgekeurde originelen en als bewijs van goedkeuring zijn handtekening er op zetten.
glas kleine zandloper.
hieuwen ankertouw en anker door middel van de spil ophalen.
holle zee ook hoge zee. Als de zee hol of hoog is is het een onstuimig zee met hoge, steile golven.
hoogte de hoek waaronder een hemellichaam wordt waargenomen ten opzichte van de horizon; geografische positie op een meridiaan.
jacobsstaf eenvoudig vroeg-16e-eeuws instrument om de hoogte van hemellichamen vast te stellen. Het instument bestaat uit twee latten: een hoofdlat en een daaraan verbonden verschuifbare dwarslat. Op de hoofdlat staan graden aangegeven. Je richt de hoofdlat op de poolster en beweegt de dwarslat net zolang totdat deze op de horizon wijst. De hoek is nu af te lezen; op de Noordpool 90 graden en op de evenaar 0 graden. Opvolger van de astrolabium, voorloper van octant en sextant.
kanonschot ca 500 meter. Zie ook musketschot.
kentering windstille perioden in april en september tussen de oost- en westmoesson.
kompas instrument met draaibare wijzer, die zich op de magnetische noordpool richt en waarbij de wijzerplaat, de kompasroos in 32 streken en/of 360 graden is ingedeeld; bij het sturen wordt van de streken uitgegaan, voor het bepalen van de kompasvariatie van graden. Het kompas is door de Chinezen uitgevonden en door de Arabieren in de 12de eeuw naar Europa gebracht. Met behulp van een kompas kon men een bepaalde, vaste koers volgen.
kwadrant navigatieinstrument in de vorm van een van hout of brons gemaakt kwart van een cirkel. Het instrument werd met één rechthoekszijde gericht naar het hemellichaam, een schietlood gaf de gemeten hoek weer. Het kwadrant was minder geschikt voor hoekmetingen bij slecht weer, omdat de slingeringen van het schip ook het schietlood in beweging brengen.
leeskaart leeskaarten waren beschrijvingen van kusten, havens, stromen en getijdetabellen, dieptepeilingen, bodemkenmerken, bakens en opvallende herkenningspunten. De leeskaarten waren voorzien van kaarten, schetsen en afbeeldingen. Zie ook Paskaart.
lij, lijzijde van de wind afgekeerde scheepszijde.
lijgierig neiging van het schip om van de wind af te draaien.
loden het met behulp van het dieplood peilen van de waterdiepte.
loef naar de wind toegekeerde scheepszijde.
loefgierig neiging van het schip om in de windrichting te draaien.
log instrument om de snelheid van het schip ten opzichte van het omringende water te bepalen, bestaande uit het verzwaarde logplankje en de van merktekens voorziene lijn, samen met het logglas, een zandlopertje om de uitlooptijd van de loglijn vast te stellen.
loods stuurman die de plaatselijke situatie van ondiepten goed kent en schepen veilig binnen een haven laat varen.
mijl, nautische mijl de nautische mijl is een lengtemaat van 1852 meter. De Duitse mijl, waar op zee mee werd gerekend bedroeg 7407 meter.
De Hollandse mijl, waar op land mee werd gerekend, was 5555,56 meter, "één uur gaans" (een andere bron geeft aan dat 1 Hollandse mijl = 5600 ellen (69 cm) en dus 3,86 km is). Rond 1600 was de Hollandse mijl 5355 m., de Belgische mijl 5000 m., de Franse mijl 4000 m. en de Italiaanse mijl 1950 m.
moesson De westmoeson was de regenmoesson, ook wel genoemd kwade moesson of slechte tijd, en duurde in Batavia van half oktober tot half april. De droge oostmoesson, de goede tijd of bevaarbare tijd, was van half april tot half oktober.
musketschot ca 100 meter. Zie ook Kanonschot.
nocturlabium sterrenklok. Instrument om bij duisternis de tijd te meten. De gebruiker stelt de datum in en kijkt door het gat naar de enig stationaire ster: de poolster. Daarna de wijzer van het nocturlabium langs de twee uiterste sterren van de Grote Beer; Merak en Dubhe. Hun posities bepalen de tijd die door dezelfde wijzer op het instrument wordt aangegeven.
octant meetinstrument met een raamwerk van eenachtste van een cirkel om de hoogte van en de onderlinge hoek tussen hemellichamen vast te stellen.
oploeven naar de wind draaien.
paskaart paskaarten zijn kaarten van hele oceanen of grote delen daarvan. Ze bevatten een topografische weergave van kustlijnen, rivieren en eilanden en zijn voorzien van een verdeling in lengte- en breedtegraden. Zie ook leeskaart.
patria Patria (Lat.) betekent vaderland; dus hier Nederland.
reven zeil minderen door een strook daarvan geplooid tegen de ra vast te zetten.
seinbrief ook Seynbrief. Schriftelijke instructies die de schipper van hogerhand meekreeg voordat hij aan een reis begon.
sextant een uit de Octant ontwikkeld meetinstrument met een raamwerk van eenzesde deel van een cirkel om de hoogte (hoek tussen de horizon en een bekend hemellichaam) van en de onderlinge hoek tussen hemellichamen te meten.
streken de 32 windstreken waarin de kompasroos is verdeeld.
stuurlast het achter dieper in het water liggen dan bij de boeg teneinde het effect van het roer te vergroten en de bezeildheid te bevorderen.
vadem lengtemaat van circa 1,8 meter toegepast voor meting van de waterdiepte en touwlengte. Een vadem is de afstand tussen de vingertoppen bij zijdelings gestrekte armen. Meestal wordt 1 vadem afgerond op 6 voeten. 1 Amsterdamse vadem = 1,698 meter.
vlag langwerpig gekleurd doek dat tot herkenning dient of waarmee een sein wordt gegeven.
voet lengtemaat:
1 Amsterdamse voet = 0,2831 m
1 Rijnlandse voet = 0,3139 m
1 Engelse voet = 0,3048 m
De Amsterdamse voet is verdeeld in 11 duim. De voet werd ook wel verdeeld in palmen. Deze laatste eenheid werd gebruikt om de diameter van rondhout voor masten en ra's aan te geven.
wanladen zonder lading van handelswaarde, in ballast geladen
wind een ten gevolge van drukverschillen in de dampkring overwegend horizontale stroming van luchtdeeltjes langs het aardoppervlak, welke stroming het gebruik van zeilschepen en windmolens mogelijk maakt.
zandloper tijdmeter bestaande uit een in het midden ingesnoerd glas, ten dele gevuld met zand dat in een bepaalde tijd uit het ene deel in het andere valt.
zee-astrolabium zie Astrolabium
zonnewijzer ringzonnewijzer, equinoctiaal; overdag te gebruiken instrument om de tijd te bepalen. De hoogte van de zon is maatgevend voor de plaatselijke tijd.

Als basis voor de woordenlijsten hebben onderstaande bronnen gediend:
- Brug, P.H. van der, 1994. - Malaria en malaise : de VOC in Batavia in de achttiende eeuw.
- Haalmeijer, H. en Vuik, D., 2002. - Fluiten, katten en fregatten - de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, 1602-1798.
- Kamer, H.N., 1995. - Het VOC-retourschip : een panorama van de 17de- en 18e-eeuwse Nederlandse scheepsbouw.
- Stapel, F.W., 1927 - Pieter van Dam's beschrijvinghe van de Oostindische Compagnie, eerste boek, deel 1.
- Wagenaar, L., 1994. - Galle, VOC-vestiging in Ceylon.