Bantam en Lampong

Overzicht van de vestigingen

Bantam (Banten), comptoir. Forten: Fort Carganto, Fort Diamant (Fort Diamand), Fort Speelwijk (Fort Spelwijck)
Borne. Fort Jonge Petrus Albertus (1763)
Lampong Toulang Bauang (nu Menggala), vanaf 1738. Fort Valkenoog (1738, soms ook Fort Valkenburg of Fort Lampong Toulang Bawang genoemd)
Anyar
Tjerita (Carita)
Lampong Samanca (Kota Agung), ? - 1795

Inleiding

Bantam (Banten) maakt zich in 1527 onder leiding van Soenan Goennoeng Jati (één van de Wali Sanga) los van Pajajaran. Ze veroveren Soenda Kelapa op de Portugezen, wat herdoopt wordt tot Jayakarta (=stad van de grote overwinning). Rond 1600 was Banten het belangrijkste handelscentrum van Java.

De voorlopers van de VOC vestigen al in 1598 een loge in Bantam. Bantam wordt een VOC-comptoir (handelspost) met een commandeur. Later wordt het fort Speelwijck gebouwd. Tot deze locatie hoorde ook Lampong Toulang Bauwang op Zuid-Sumatra.

Hoogtepunt onder sultan Agoeng (1651-1683). In 1682 wordt het vorstenhuis onderhorig aan de Verenigde Oostindische Compagnie; Bantam was op dat moment een groot handelscentrum. De Britten weken uit naar Bengkoeloe waardoor de peperhandel ook een monopolie werd van de VOC. 

In Bantam regeerde sinds 1733 een zwakke vorst: sultan Zeinoe 'l Arifin. Hij stond onder invloed van één van zijn vrouwen: Ratoe Sarifa Fatima. Zij vond haar schoonzoon, een neef van de sultan, een betere opvolger dan de kroonprins Pangéran Goesti. Deze laatste vluchtte naar Batavia. Maar gouverneur-generaal Imhoff verbande hem naar Ceylon. Toen de toestand van de oude sultan verslechterde, benoemde Ratoe Sarifa Fatima zichzelf tot regentes. Er volgde in 1750 een grote opstand in het Bantamse tegen het onwettige bestuur. De nieuwe gouverneur-generaal Jacob van Mossel herstelde de fout van z'n voorganger door de Ratoe naar Batavia te laten sturen. De rust keerde pas geheel terug toen in 1753 Pangéran Goesti door de VOC als sultan werd geïnstalleerd.

Bantam

Ook Bantam, Bantham, Banten, Sourousouangh, Soeroesowan (tegenwoordig Banten). Bantam was rond 1600 de belangrijkste havenstad van Java. Het was de eerste haven van de Indische archipel die door Nederlanders werd aangedaan. De koning van Bantam genoot geen absolute macht; zowel met zijn regent als met de plaatselijke havenmeester diende hij rekening te houden. Bantam was een rijke stad met een belangrijke markt, die werd bezocht door handelaren uit India, Perzië en China. De stad moest zijn leidende positie afstaan, toen Batavia na een aantal jaren het economische centrum van de VOC in Azië werd. Bantam gold in het begin van de 17de eeuw als belangrijkste handelsstad van de Indonesische archipel. Hier werden alle mogelijke waren uit geheel Azië samengebracht. Voor de VOC waren vooral de specerijen van belang, met name peper. Zij probeerde tevergeefs met haar vestiging een sleutelpositie te verkrijgen. De Engelsen verhinderen dit en ook de plaatselijke regent werkte de VOC tegen, uit vrees dat zij een te groot overwicht zou krijgen op de markt. De conflicten stapelden zich op en de compagnie besloot uit te wijken naar het naburige Jacatra, dat later Batavia zou worden. Nederlandse schepen deden in 1596 Bantam voor het eerst aan. De Portugezen hadden hier al jaren een vaste positie op de markt. Zij wilden de greep op deze stad niet prijsgeven aan de Nederlandse nieuwkomers. De verhouding tussen de VOC en de sultan van Bantam was gespannen, omdat hij de compagnie dwarsboomde in haar poging de markt te domineren. Gedurende de hele 17de eeuw laaiden telkens nieuwe conflicten op tussen de VOC en Bantam, waaruit de compagnie steeds als overwinnaar naar voren kwam. In 1756 kwam Bantam definitief onder gezag van de compagnie.

Borne

Aan de monding van de rivier Borne (Wai Bornai), aan de linkeroever van de Keizersbaai (Semangkabaai), geheel aan de zuidkust van het eiland Sumatra, had de VOC een fort genaamd 'Jonge Petrus Albertus'. Het fort is in 1763 gebouwd en genoemd naar de voornamen van gouverneur-generaal Van der Parra. Rond 1765 waren hier 19 VOC-dienaren gestationeerd.

Lampong Toulang Bawang

De Toelangbawang of Rivier van Lampong is een rivier in het zuiden van Sumatra. In de VOC-tijd was dit de grensrivier tussen de VOC-districten Bantam en Palembang. Lampong, het gebied ten zuiden van de rivier, leverde de VOC eerste klas kwaliteit peper. De Toelangbawang was van groot belang voor het transport van de peper uit de meer in het binnenland gelegen delen van Lampong. Na drie jaar twijfelen of de pagger in Menggala of Pakuan moest worden opgericht stichtte de Compagnie in 1741, op kosten van de Sultan, ver stroomopwaarts aan de rivier Tulangbawang in het huidige Menggala een post, genaamd Valkenoog (soms genoemd Valkenburg) naar Adriaan Valckenier die van 1737 tot 1741 gouverneur-generaal was, om zich te verzekeren van peper en de sluikhandel naar de Engelse bezittingen bij Benkoelen aan de westkust tegen te gaan[2]. Door plaatselijke opstanden rond 1750 werd het de VOC onmogelijk gemaakt om voldoende peper in te slaan die door de retourvloot naar Nederland verzonden zou worden. Om te voorkomen dat de vloot te laat zou vertrekken werd de VOC genoodzaakt om de veel duurdere Malabaarse peper in te kopen[1].

Anjer

Ook Anger, Anjar, Anjer en Anguer (tegenwoordig Anyar). In Anjer, gelegen op het uiterste punt van west Java, aan Straat Sunda, had de VOC op het einde van de 18de eeuw een kleine post met hoogstens 2 à 3 man personeel.

Tjerita

Ook Tjerieta, Tjeritta, Tjierita, Tjirita (tegenwoordig Carita). Tjerita was een kleine VOC-post, geheel aan de westkust van Java gelegen. In de 18de eeuw waren er meestal drie VOC-dienaren werkzaam.

Lampong Samanca

Lampong Samanca (tegenwoordig Kota Agung) lag op de zuidpunt van Sumatra in de baai van Samanca. Het was gelegen in Lampon district en behoorde tot het sultanaat van Bantam. Uit de Lampong kwam de peper waar de compagnie monopolierechten op had. De compagnie had hier een post die in 1795 opgeheven werd. Het pagger van Samanca had twee bastions en was omgeven door een gracht. In het fort waren tussen de 15 en 20 man gelegerd.

Bronnen

[1] Projectgroep AMH. Atlas of Mutual Heritage
[2] Roever, Arend G. de, en Bea Brommer, 2008. Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie / Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company : III Indische Archipel en Oceanië / Malay Archipelago and Oceania. - Voorburg: Uitgeverij Asia Maior / Atlas Maior et.al., 2008. - 424 p., [nl, en]
[3] Velden, Bert van der. Begrippenlijst Nederlands-Indiëoffline