Amboina

Tot het Gouvernement Amboina behoren elf eilanden: Naast Amboina waren dat Boeroe, Ambelau, Manipa, Kelang, Bonoa, Seram, Seram Laoet, en de zgn. Oeliassers, te weten Noessa Laoet, Saparoea of Honimoa (of ook Liase, Lease), Haroekoe of Boang-Besi (of ook Oma). Ambon en de Oeliassers zijn de eilanden waar na halverwege de 17e eeuw de kruidnagelteelt werd geconcentreerd. Een andere naam voor Ambon en de Oeliassers is de Ambonse Eilanden maar soms werd die naam ook gebruikt voor alle eilanden van Gouvernement Amboina[4] .

Overzicht van de vestigingen

Ambon (op het eiland Leitimor) — hoofdcomptoir. Belangrijkste producten: kruidnagelen, nootmuskaat en foelie. Fort Victoria.
Haroekoe (nu Haruku, op het eiland Oma) — comptoir. Fort Zeelandia.
Kajeli (nu Kayeli, op het eiland Boeroe) — comptoir. Belangrijkste producten: timmer- en brandhout. Fort Defensie, Fort Cosburg / Fort Oostburg, Mandarsyah.
Hila (op het eiland Hitoe) — comptoir. Aanvankelijk was er een "Kasteel van Verre", later fort Amsterdam Kasteel van Verre, later Fort Amsterdam.
Saparoea (op het eiland Saparoea) — comptoir. Belangrijkste product: kruidnagelen. Forten: De Briel, Duurstede, Hollandia. Fort Duurstede.
Larike (op het eiland Hitoe) — comptoir. Belangrijkste product: kruidnagelen. Fort Rotterdam.
Manipa (eiland) — comptoir. Belangrijkste product: kruidnagelen.
Cambello (ook wel Serikkembelo) — comptoir. Belangrijkste product: kruidnagelen. Fort: Hardenberg
Asahoedi — comptoir. Belangrijkste producten: pluimvee, bokken, slaven.

De Portugezen

De Portugezen komen als eerste Europeanen in het begin van de 16e eeuw naar de Molukken; In 1522 bouwen zij het eerste Portugese fort op het Noord-Molukse eiland Ternate. In de halve eeuw die volgt worden zij als handelspartners van Molukkers geaccepteerd. Problemen ontstaan als de Portugezen missionarissen gaan sturen om de overwegend Islamitische bevolking te bekeren.
In 1575 worden de Portugezen verdreven uit Tidore en vestigen zich op Ambon, waar ze evenmin hartelijk worden ontvangen. Het eerste fortje bouwen ze aan de Baai van Hila[2] .

Nederlanders krijgen interesse

Peper en fijne specerijen waren het primaire doel van de Nederlandse kooplieden in het begin van de vaart op Azië. Daarom hadden zij hun aandacht voornamelijk gericht op de Indische Archipel, waar het merendeel van de specerijen vandaan kwam. Het belangrijkste handelscentrum was Bantam, een plaats waar bovendien de Portugezen geen invloed hadden. Cornelis de Houtman had daar reeds in 1596 zijn lading ingenomen en ook door de volgende expedities werd Bantam bezocht.

Maar men ging verder. In de Baai van Hila verschijnt op 3 maart 1599 Wybrand van Warwijck, bewindvoerder van vier van de allereerste Indië-vaarders. De Hituezen vragen bescherming van de Nederlanders, maar daarvoor moest eerst toestemming gevraagd worden aan Prins Maurits. Nadat het Nederlandse schip was weggezeild stelde de kapitein van de Portugezen aan de Hituezen voor om vrede te sluiten en de rust te herstellen. Maar zij weigerden omdat zij de overeenkomst van het kruidnagelmonopolie met kapitein Stefan van der Haghen niet wilden schenden[2] .

In opdracht van de Compagnie van Verre blijft Steven van der Haghen in 1600 met een garnizoentje van 27 man achter op Ambon. Als tegenprestatie mogen de Nederlanders een fort in Kaitetu bouwen, in de buurt van Hila. Samen met de Hituezen en het garnizoen bouwt hij op deze hoge rotspunt het Kasteel van Verre: de eerste Nederlandse vestiging in de Oost-Indische archipel. Hier op Ambon werd de meeste kruidnagel verbouwd. De VOC sluit een verbond met de Hituezen voor het alleenrecht om kruidnagelen te mogen kopen, in ruil voor bescherming en samenwerking. Na vestiging van de Nederlanders komen de Ambonezen weer terug naar het strand om handel te drijven in nootmuskaat en kruidnagel. In 1605 vaart Steven van der Haghen voor de tweede maal naar de Molukken. Op 22 februari 1605 arriveert Van der Haghen in Ambon en de volgende dag verovert hij met gemak het Portugese kasteel op Ambon. Door deze daad verwerft Van der Haghen het eerste kruidnagelmonopolie voor de VOC in de Molukken. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de VOC enerzijds en Hitu anderzijds.

Permanente vestiging

De eerste landvoogd was Frederik de Houtman, 1605-1611. Daarna kwam de eerste Gouverneur-generaal Pieter Both in 1611. Ambon bleef tot 1619 zetel van de Gouverneur-generaal totdat Batavia deze rol overnam. Vanaf dat moment was Ambon een Gouvernement met een gouverneur tot 1799.

De tot Fort Victoria omgedoopte vesting zal drie en een halve eeuw het centrum van de koloniale macht in de Molukken blijven. Tengevolge van een vulkaanuitbarsting werd in 1754 dit kasteel op Ambon zwaar beschadigd. Het herbouwde kasteel kreeg de naam 'Nieuw Victoria'.

Aan de Baai van Hila ligt nu bij Kaitetu het in 1637 gebouwde Fort Amsterdam (ca. 50 meter in omtrek, nu gerestaureerd en bijna opnieuw opgebouwd, blokhuis in het midden, bakstenen uit Nederland, specie was kalk gemengd met eiwit). Fort Amsterdam was een vesting tegen de zeerovers van Ternate en Noord-Molukken en tegen de Portugezen. De hele Molukken stonden onder heerschappij van de Sultan van Ternate. Zeerovers van de Noord-Molukken bestormden dorpen langs het strand van Ambon. Daarom gingen de bewoners van Ambon in het binnenland wonen.

Vanuit Fort Victoria en vanuit nieuw opgezette handelsposten sluit de VOC exclusieve contracten met de kruidnagel-leveranciers. Als Engelse, Spaanse en Aziatische landen veel hogere prijzen bieden voor de kruidnagelen ontduiken de Hituezen de contracten. In plaats van de contracten te herzien, probeert de VOC ze met harde hand af te dwingen. Ruim dertig jaar Ambonse Oorlogen is het gevolg.

Behalve het onderwerpen van de bewoners diende men ook de concurrentie buiten spel te zetten. De Portugezen waren al vrij snel verdreven, maar hun plaats was ingenomen door de Spanjaarden die vanuit hun basis te Manilla het gebied waren binnengedrongen. Zij voerden echter geen actieve handelspolitiek en werden steeds minder als een dreiging gezien; tenslotte trokken zij zich in 1622 uit hun fort te Ternate terug.

De Ambonse moodzaak

De Engelsen trokken zich na de 'Ambonse Moord' in 1623 uit het gebied terug. Gouverneur van Speult van fort Victoria op Ambon liet 10 Engelse kooplieden ophangen op op grond van een slecht gefundeerde beschuldiging van samenzwering tegen de VOC. Door deze Ambonse Moordzaak werd het in Europa gesloten verdrag tussen VOC en EIC uit 1619 verbroken. De EIC richtte haar aandacht meer en meer op andere delen van Azië (India), alleen in Bantam bleef ze actief.

Concentratie van de kruidnagelteelt

De hongi-tochten blijken steeds effectiever in de strijd tegen het Molukse verzet. Regelmatig werd het gebied geïnspecteerd en als er 'illegale' kruidnagelbomen werden aangetroffen, dan werden deze gekapt. Vooral Arnold de Vlamingh van Oudshoorn die in 1647 gouverneur van de Molukken werd, wist met zijn hulptroepen de opstandelingen op de meest kwetsbare manier te treffen, namelijk door uitroeing van de kruidnagel-bomen tijdens deze zgn. hongi-tochten. Aangezien nieuwe bomen minstens tien jaar nodig hebben om geoogst te kunnen worden is het een uiterst effectief middel. De bewoners hebben geen andere bron van inkomsten meer en verhongeren of trekken weg. Na de laatste grote Ambonse Oorlog, van 1651 tot 1656, bestaat de kruidnagel-cultuur alleen nog op Ambon en op de van sterke forten voorziene eilanden Haruku, Saparua en Nusa Laut. Met Arnold de Vlamingh vestigt de VOC ten koste van grote delen van de Molukse bevolking het zo fel begeerde kruidnagel-monopolie.

Tsunami

Op 17 februari 1674 werden Ambon en de omringende eilanden aan het begin van de avond getroffen door een tsunami als gevolg van een hevige zeebeving (6.8 op een schaal van 0.0 tot 9.9) in de Banda Zee. De golf die de kust van het eiland volledig verwoestte, zou in Hila maar liefst 100 meter hoog zijn geweest (zie NGDC), maar dat zal zeker wat overdreven zijn; de golfhoogte in andere nabij gebieden varieert van 2 tot 5,5 meter. Desalniettemin kostte de ramp (beving en tsunami) 2329 mensen het leven. In Ambon raakten alle stenen gebouwen beschadigd, op z'n minst ontstonden er scheuren in de muren. Fort Middelburg stortte in.

Maar op den duur bleek de Compagnie toch niet in staat de concurrentie te weren en buiten de deur te houden. Omstreeks 1770 wisten Fransen het gebied binnen te dringen en kruidnagelplantjes buit te maken. De plantjes werden uitgezet op Mauritius en Réunion en later ook op de Caraïbische eilanden. Na afloop van de Vierde Engelse Oorlog, in 1784, moest aan de EIC de vrije vaart in de Oosterse zeeën worden toegestaan en hoewel dat niet direct leidde tot een massale 'smokkel' in kruidnagelen door Engelse schepen, verschenen na enkele jaren toch Engelse kooplieden met deze specerij in Indiase havens.

Fort Duurstede

De eerste steen voor de bouw van Fort Duurstede is in 1690 door Jan Paul Schagen gelegd en de bouw werd voltooid in 1691. Fort Duurstede is het symbool geworden van de afrekening in 1817 na ruim twee eeuwen VOC. Na het faillissement van de VOC in 1799 en twee Engelse tussenbesturen, krijgt het Koninkrijk der Nederland bij het vredesverdrag van Wenen in 1816 het gezag over het grootste deel van de oostelijke archipel terug. Het nieuwe bewind verschilt nauwelijks met het oude van de VOC. Maar de bewoners van Saparua hebben onder het vaak mildere Engelse bestuur de Europese tactieken leren doorgronden. Thomas Matulesi, die als sergeant bij de Engelsen in dienst is geweest mobiliseert in 1817 de eiland bewoners en leidt de opstand tegen de koloniale machthebbers. Op 15 mei 1817 wordt de resident, terwijl hij zich met slechts een handjevol soldaten tegen de opstandelingen probeert te verweren, op Fort Duurstede doodgeschoten, Thomas Matulesi snijdt zijn hoofd af en de vrouw van de resident en hun kinderen ondergaan hetzelfde lot, behalve hun zoontje Jan Lubbert die aan Matulesi werd overgedragen, en onder zijn woorden: 'neem dat witte varken maar mee' werd meegenomen naar de Gunung Ria, waar hij zes maanden werd gehouden. Ook de soldaten die zich in het fort bevonden zijn allemaal gedood. Uiteindelijk lukt het pas in november 1817 om de opstand definitief neer te slaan. De leiders van de opstand worden gepakt en naar Ambon overgebracht. De zes-jarige Jan Lubbert die als enige de slachting heeft overleeft en zich later Van de Berg van Saparua zal noemen, bevindt zich onder de toeschouwers. De executieplaats was voor het raadhuis op het plein van Fort Victoria. Met de terechtstelling werd de rust in de Molukken weer hersteld en binnen tien jaren waren de Molukkers weer de trouwste bondgenoot van het Nederlandse gezag.

In Way (Waai, op het eiland Ambon) had de VOC een zgn. barricade opgericht met de naam Amersfoort. Het werd bezet door een korporaal en enkele soldaten.

Landvoogden van Amboina

1605–1611 Frederik de Houtman
1611–1615 Caspar (of Jasper) Janszoon
1615–1618 Adriaan Maartenszoon Blok
1618–1625 Herman van Speult
1625–1628 Jan van Gorcum
1628–1631 Philip Lucasz
1631–1634 Aert of Aernout of Artus Gijsels
1634–1635 Antoni van den Heuvel
1635–1637 Joachim Roelofszoon van Deutekom
1637–1641 Johan Ottens
1641–1642 Simon Jacobsz. Dompkens waarnemend
1642–1647 Gerard Demmer
1642–1642 Antonij Caen waarnemend
1647–1650 Arnold de Vlamingh van Oudtshoorn
1650–1651 Simon Jacobszn. Cos waarnemend
1651–1654 Willem Verbeeck
1654–1656 Simon Jacobszn. Cos waarnemend
1656–1662 Jacob Hustaert
1662–1664 Simon Jacobszn. Cos
1664–1664 Johan van Dam waarnemend tijdens zijn landvoogdij van Banda
1664–1664 Maximiliaan de Jong waarnemend
1665–1667 Johan van Dam
1669–1672 Jacob Cops
1673–1678 Antoni Hurdt
1678–1682 Robert de Vicq
1682–1683 Jeremias van Vliet waarnemend
1682–1687 Robert Padtbrugge
1687–1691 Dirk de Haas
1691–1696 Nicolaas Schaghen
1697–1701 Willem van Wijngaarden
1701–1706 Balthasar Coyett
1706–1720 Adriaan van der Stel
1720–1721 Rochus Hollem waarnemend
1721–1724 Pieter Gabry
1724–1727 Stephanus Versluys
1727–1733 Johannes Bernard
1733–1738 David Johan Bake
1738–1743 Jacob de Jong
1743–1748 Nathaniël Steinmetz
1748–1750 Cornelis Roosenboom
1750–1752 Nicolaus Jongma
1752–1752 Goderd Ludolf van Beusechem waarnemend
1752–1757 Gerard Cluysenaar
1757–1763 Meyert Johan van Idsinga
1763–1763 Goderd Ludolf van Beusechem
1763–1764 Josias Alexander de Villeneuve waarnemend
1764–1767 Willem Fockens
1767–1770 Hendrik Breton
1770–1775 Johan Abraham van der Voort
1775–1785 Bernardus van Pleuren
1785–1788 Adriaan de Bock
1788–1794 Johan Adam Schilling
1794–1794 Balthasar Smissaert waarnemend
1794–1796 Alexander Cornabé
1666-1667 Pieter Marville ??
(bronnen: Valentijn en wikipedia)

VOC herinneringen op de Molukken

Op Ambon zelf zijn door de vele aardbevingen en het bombardement in de tweede wereldoorlog vrijwel alle sporen van de VOC uitgewist. Alleen het Fort Victoria in het centrum van Ambon is overgebleven en herbergt tegenwoordig vele divisies van het Indonesische leger. Op de andere eilanden is meer overgebleven. Nieuw-Zeelandia en Hoorn op Haruku, Beverwijk (vernoemd naar de geboorteplaats van de Vlaming) op Nusa Laut en het geheel gerestaureerde Fort Duurstede op Saparua.

Bronnen

[1] Gaastra, Femme S., 2002. De geschiedenis van de VOC. - Zutphen: Walburg Pers, 2002. - 164 p., [nl]
[2] Loffelijcke, 1994. De Loffelijcke Compagnie : aflevering 5 Ambon en Saparoea. - Hilversum: VPRO, 1994.
[3] NGDC. National Geophysical Data Center (NGDC) — bekeken op 13/03/2011
[4] Roever, Arend G. de, en Bea Brommer, 2008. Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie / Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company : III Indische Archipel en Oceanië / Malay Archipelago and Oceania. - Voorburg: Uitgeverij Asia Maior / Atlas Maior et.al., 2008. - 424 p., [nl, en]
[5] Valentijn, François, 2002. Oud en Nieuw oost-Indiën, deel II. - Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2002. [nl]
[6] Velden, Bert van der. Begrippenlijst Nederlands-Indiëoffline