Batavia

Batavia is als Soenda Kelapa gesticht in de 14e eeuw (ten tijde van het hindoe-rijk Pajajaran) als kleine havenstad. In 1527 wordt de stad ingelijfd bij het islamitische sultanaat Demak, die de stad herdoopte in Jayakarta ("grote overwinning") of Jakatra. In de baai liggen de schepen beschut en er is weinig getij. De baai was ook het hele jaar door goed te bezeilen. Alleen was de kust zo ondiep door aanslibbing dat de grote schepen niet tot bij de stad konden komen en verderweg op de rede moesten ankeren.

Gezicht op Batavia

Vestiging van een rendez-vous

In januari 1611 bezocht Pieter Both de Pangeran van Jayakarta in opdracht van de VOC, die vanwege de slechte verstandhouding met de vorst van Bantam (Banten) twijfelde of Bantam wel als hoofdvestiging te handhaven zou zijn. Both kreeg een stukje grond toegewezen, bouwde daar een huis op en stelde een posthouder aan. Both ging daarna naar de Molukken en toen hij in oktober 1613 in Bantam terugkwam bleek de loge verbrand te zijn. In 1618 werd in Jayakarta een bezetting van 24 man geplaatst en in oktober van hetzelfde jaar besloot Jan Pieterszn. Coen het bestaande pakhuis 'Nassau' uit te bereiden tot een echt fort. In 1619 kwam de Engelse vloot en na een onbesliste zeeslag op 2 januari 1619 week Coen uit naar de Molukken om versterking te halen. Het fort bleef onder bevel van Pieter van den Broeck. Na vier maanden kwam Coen terug: het fort was nog steeds in Nederlandse handen, waarschijnlijk vanwege onenigheid tussen Jayakarta, Banten en de Engelsen, maar Pieter van den Broeck was op verraderlijke wijze gevangen genomen door de Jakatranen. De opvolger van Van den Broeck, kapitein van Raay, heeft op 12 maart 1619 om het moreel van de bezetting van het fort op te krikken, op feestelijke wijze de vier bastions de namen gegeven van Holland, West-Friesland, Zeeland en Gelderland en doopte het fort Batavia. Op 16 mei 1619 verscheen Coen met 16 schepen op de rede van Jayakarta. Veertien dagen later veroverde en verwoestte hij de stad Jakatra. Op de puinhopen van de verwoeste stad werd een nieuwe stad gesticht, op 18 januari 1621 officieel Batavia genoemd. Coen had liever de naam Nieuw-Hoorn gezien, naar zijn geboorteplaats, maar de Heeren XVII beslisten anders.

 

In 1628 volgde een aanval van een leger van Sultan Agoeng. Bij een uitval van de Nederlanders sneuvelde de aanvoerder en sloeg het Javaanse leger op de vlucht. Enige tijd later moest ook een tweede leger zich na een vergeefs beleg terugtrekken.

Batavia 1681De stad kon zich daarna ontwikkelen. Als VOC-locatie was Batavia het centrum van de handel geworden in plaats van Bantam, stapelplaats en bestuurscentrum met vanaf 1619 de zetel van de Gouverneur-Generaal (zie het aparte overzicht voor een lijst van de Gouverneurs-Generaal). Verschillende eilanden in de Baai van Batavia speelden een belangrijke rol. Het eiland Onrust was van groot belang om de schepen te herstellen en klaar te maken voor de lange reis terugnaar Patria. Centrale plek was het Kasteel van Batavia. Omdat Batavia aanvankelijk nog kwetsbaar was door de buren Mataram en Banten, werden rondom de stad diverse forten en schansen gebouwd (Fort Jacatra, Meester Cornelis, Noordwijk, Rijswijck, Vijfhoeck, Quaal, Nieuwendam en Bacassie).

In 1740 was de angst dat de Chinese bevolking van de stad zou samenspannen met uit de stad verdreven Chinezen en een aanval zou plegen op de Europese bevolking zo groot geworden, dat op 10 oktober 1740 bij een grote moordpartij 10.000 meestal weerloze Chinezen zijn omgebracht. Deze Chinezen Moord was een gevolg van de angst van de burgerij en de zwakke regering van Gouverneur-Generaal Adriaan Valckenier. Door allerlei onberedeneerde maatregelen trachtte men de toename van het aantal en de invloed van de Chinezen tegen te gaan omdat men hen als een bedreiging ging zien. Dientengevolge waren vele Chinezen de stad uitgevlucht en grepen naar de wapenen.

Anke
Anckee (Anke) was de naam van een rivier ten westen van de stad Batavia. Aan de monding van deze rivier richtte de VOC een veldschans op ter bescherming van de stad tegen vijandelijke aanvallen.

Ansjol
In het plaatsje Ansjol, buiten het hoofdkwartier Batavia, was een VOC-redoute. Het lag aan de rivier met dezelfde naam. Deze buitenpost van de compagnie was, zoals Bacassie en Moronde, bedoeld om de stad te beschermen tegen vijandelijke aanvallen. In deze plaats liet gouverneur-generaal Adriaan Valkenier zijn buitenhuis bouwen.

Bacassie
Bacassie (huidige naam Bekasi), aan de rivier Bekasi, was een buitenpost van Batavia. De VOC had hier een 'zeepost' (fort) gebouwd ter bescherming van de stad tegen vijandelijke aanvallen.

Bronnen

[1] Encyclopaedie, [s.a.]. Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië : Eerste deel: A-G. - 's Gravenhage: Martinus Nijhoff, [s.a.]. - 619 pp., [nl]
[2] Projectgroep AMH. Atlas of Mutual Heritage
[3] Velden, Bert van der. Begrippenlijst Nederlands-Indiëoffline