Robert Padtbrugge

geboren: dec. 1637 of 1638 in Parijs;

Functies bij de Compagnie

Landvoogd van Ternaten: 1677 tot 8 januari 1680
Waarnemend landvoogd in Banda: 1680 tot 1681
Landvoogd van Amboina: januari 1682 tot augustus 1687

Biografie

Robert (Robertus, Robbert) Padtbrugge is geboren in Parijs in 1638 of december '37, waarschijnlijk uit Vlaamse ouders. De plaats en datum van zijn overlijden zijn onbekend. Op 25 november 1661 werd hij ingeschreven als student in de medicijnen aan de Leidsche hogeschool, waar hij promoveerde op een proefschrift 'De apoplexia' op 27 april 1663. Hij moet daarna in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie gegaan zijn, is naar Europa teruggekeerd en opnieuw uitgevaren van Texel (in oktober 1670) naar Ceylon als opperkoopman op de fluit Sparendam. Van zijn belevenissen op die uitreis heeft hij een relaas geschreven dat echter nooit gedrukt is. Het bevindt zich in het Nationaal Archief. Op Ceylon, waar Rijcklof van Goens gouverneur was, bleef hij tot 1672, toen hem een zending naar Maskate, in Arabië aan de Golf van Oman, opgedragen werd. Naar Batavia teruggekeerd, ontving hij zijn aanstelling tot gouverneur van Ternate (11 december 1676), welk ambt hij tot 8 januari 1680 heeft vervuld. De Sangi- en Talaudeilanden, benevens Gorontalo en Limboto bracht hij in 1677 onder het gezag van de Compagnie. Na tot in de tweede helft van 1681 het gouverneurschap van Banda waargenomen te hebben, waar hij zijn opgedane bevindingen heeft neergelegd in zijn niet uitgegeven, in het Nationaal Archief bewaarde, 'Visite in Banda gedaan', benoemde de regering hem tot gouverneur van Ambon (januari 1682 - augustus '87). Zijn opvolger was daar de Haas. Een jaar lang was hij vervolgens in Batavia werkzaam als extra-ordinaris lid in de Raad van Indië, tot hij repatrieerde als admiraal op de retourvloot van 16 november 1688. Hij verdwijnt dan uit de geschiedenis.

Padtbrugge heeft zich in 's Compagnies historie een goeden naam verzekerd. Op zijn dienstreizen hield hij een journaal, waarin hij naast vele andere bijzonderheden ook beschrijvingen en tekeningen van merkwaardigheden van flora en fauna opneemt. In zijn hoedanigheid van gouverneur stond hij bekend als een krachtdadig, ontwikkeld man, waarvan ook zijn rapporten getuigen.  Hij streefde er naar om goede zeekaarten te vervaardigen, waaraan toen groot gebrek was. Valentijn, die hem van nabij op Ambon had leren kennen, prijst hem als een ijverig en eerlijk, zij het ietwat eigenzinnig man, ‘die onbesproken en deugdelijk leefde, zijn ambt zeer naarstig en oprecht bediende, en niet minder dan inhalende of baatzuchtig, zoo in het gerichte, als bij andere voorvallen, waarvan hij zeer stil veel geld trekken kon, doch 't geen zijn Ed. zeer edelmoedig weigerde.’

Hij was volgens Valentijn ‘een behuwde zoon van den bekenden heer Peyrerius’ (Isaac de la Peyrère uit Gasconje), schrijver van het boekje over de Praeadamiten, ‘aan wiens gevaarlijke gevoelens zijn Ed. mede vast was.’ De naam van zijn vrouw was Catharina van Hoogeveen, die hem een dochter Johanna schonk, later huwde zij met Jeremias van Vliet (jr).

Bronnen

[1] Molhuysen, P.C., en P.J. Blok (red.), 1911-1937. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) . - Leiden: A.W. Sijthoff's Uitgevers Maatschappij, 1911-1937. [nl]
[2] Valentijn, François, 2002. Oud en Nieuw oost-Indiën, deel II. - Franeker: Uitgeverij Van Wijnen, 2002. [nl]