Woordenlijst - Personeel en organisatie

jongmatrozen
ook Lichtmatroos. Een beginnende matroos, in vele gevallen nog zeer jong. Zodra een jongmatroos de nodige ervaring opgedaan had werd hij een volmatroos of matroos.
laadvermogen
gewicht van de maximum toelaatbare lading, uitgedrukt in lasten of tonnen.
Enterlopers
ook Interlopers. Oostindiëvaarders die buiten de VOC om handelden.
Scheepsjongen
scheepsjongens, of kortweg jongens, waren nog te jong om matroos te zijn, maar konden wel al mee uitvaren. Ze verrichtten allerlei karweitjes aan boord en kregen hiervoor slechts 5 gulden per maand. Scheepsjongens waren 10 tot 16 jaar oud.
matroos
de matroos behoorde tot het lagere scheepsvolk en waren verantwoordelijk voor de voortgang, de onderhoud en het schoonmaken van het schip. Zij werkten continue en liepen wachten van vier uur.
logboek
zie Journaal.
pikol
gewichtseenheid, 61,76 kg. Dit zou het gewicht zijn dat een arbeider kon dragen. 20 Pikol is een kajong (in de 17e eeuw gelijk aan 1 last, 1250 kg; later werd 1 last bijna 2000 kg).
Breeuwen
kalfaten, kalefaten: het dichten van de naden tussen de planken van dekken en scheepshuid met gepluisde henneptouw.
penterbalk
vanaf het bakdek uitschuifbare balk voor het katten van het anker.
rust
balk aan de buitenwand van het schip voor spreiding van de puttingijzers.
takels
inrichting om zware lasten te verplaatsen, bestaande uit één of meer aan een vast punt bevestigde katrollen die via de loper met één of meer katrollen aan de last zijn verbonden.
constapel
ook konstapel, tegenwoordig konstabel. Scheepsofficier belast met de zorg voor geschut en munitie; ook kanonnier.
constapel
ook konstapel, tegenwoordig konstabel. Scheepsofficier belast met de zorg voor geschut en munitie; ook kanonnier.
Kielhalen
het (aan de mast) omtrekken van het schip om de onderzijde te kunnen bewerken. Kielhalen ook: scheepsstraf: veroordeelde vastgebonden onder de kiel van het schip doorhalen (bedenk hierbij dat de scheepshuid doorgaans aangegroeid is).
bootsman
ook Hoogbootsman. Onderofficier, hield toezicht op het staande en lopende want van het schip, met name met dat van de grote mast. De hoogbootsman had de hoogbootsmansmaat en alle matrozen onder zich.
lasten
gewichtseenheid voor het laadvermogen; 1 last is gelijk aan 4000 Amsterdamse ponden ofwel circa 1976 kilogram.
1 last = L x W x H (in Amsterdamse voet) / scheepstypefaktor
Gemakshalve is 1 last = 2 metrische ton.
In de 17e eeuw was 1 last 1250 kg.
tonnen
gewichtseenheid ter grootte van een halve last.
Rondscherp
gietijzeren kanonskogels. Zie ook Langscherp.
fiskaal functionaris te vergelijken met de tegenwoordige officier van justitie.
fort verdedigbare plek in een kleine enclave, inclusief omliggende dorpen, met een eigen jurisdictie, op basis van een afgedwongen monopolie-overeenkomst, afgesloten met inlandse regenten.
gecondamneerde tot dwangarbeid veroordeelde gevangenen; zij werden geketend en werkten meestal aan de 'gemene werken'.
gegagierde voormalige Compagniesdienaren die een klein pensioentje kregen.
geld geldstukken uit de VOC-tijd waren:
duit met de halve duit of penning het meest gangbare kleingeld
stuiver acht duiten, zestien penningen
dubbeltje twee stuivers
schelling zes stuivers
gulden 20 (en later in de 18e eeuw, alleen in Indië 15) stuivers, rekeneenheid
rijksdaalder 48 stuivers; 'Hollandse rijksdaalder' of zilveren dukaat drie gulden 60 stuivers
dukaton 63 stuivers; 'zilveren rijder'
reaal spaanse munt, doorgaans de 'zilveren reaal'
dukaat gouden munt van 3,5 gram, vijf gulden en vijf stuivers
gouden rijder zeven gulden
gequalificeerde hogere Compagniesdienaar benoemd door de Hoge Regering te Batavia.
geweer handwapen.
geweldige gevolmachtigde
gewichtseenheden 1 picul/picol = 100 catty of 125 Ned. pond of c. 60 kg 1 catty = 16 taels of 600 gr 1 tael = 37.5 gr of 0.0759 Ned. pond of 0.0827 En. pond 1 Ned. pond = 494 gr of 13.17 taels
gewigget met wiggen vastgezet
goteling klein soort scheepskanon.
grofton grove ton; gewichtseenheid, ca 500 kg
haags besogne bijzondere advies commissie van de Heren XVII die de boeken, brieven en andere papieren die uit Azië werden opgestuurd, moest nakijken. Hun bevindingen en adviezen rapporteerde zij aan de Heren XVII. Zij kwam sinds 1649 elk voorjaar gedurende vier tot acht weken in Den Haag bijeen.
handwerkslieden degenen die in dienst van de VOC waren om bepaalde diensten in Azië uit te voeren en vormden als zodanig geen deel van de bemanning van een schip.
harder wereldwijd in vele ondersoorten in kustwateren levende plantenetende vis.
heemraden zie: College van Heemraden
heren XVII de Heren XVII (Heeren XVII of Heren Zeventien) vormden de centrale directie van de Verenigde Oostindische Compagnie bestaande uit zeventien vertegenwoordigers van de bewindhebbers die de zes Kamers vertegenwoordigden.
hoge regering het opperbestuur in Batavia over de Aziatische vestigingen en kantoren van de VOC.
hongi-tochten systeem van de VOC om het kruidnagel-monopolie te behouden en de productie te concentreren op Ambon (zie het artikel over de hongi-tochten op deze website).
hooploper matroos in lage rang, ongeoefende matroos, lichtmatroos. Het waren ongeoefende lichtmatrozen die de volmatrozen moesten helpen, vergelijkbaar dus met jongmatrozen. Oploper was de Zeeuwse benaming voor deze hooploper.
hoornwerk verdedigingswerk buiten de vesting bestaande uit twee halve bastions met een courtine (gordijn) ertussen.
ijken het vaststellen van het laadvermogen van het schip in verband met vracht- en toltarieven.
ijkfaktor een per scheepstype vastgesteld getal, waardoor de vermenigvuldiging van enkele hoofdafmetingen van een schip wordt gedeeld, teneinde het laadvermogen vast te stellen.
impotenten impotenten zijn personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de VOC waren gezet en meestal naar Europa werden teruggestuurd.
inhoudsmaten als eenheid voor de inhoudsmaat gold de mengelen (of mingelen), een andere naam voor kruik, ongeveer 1,2 liter, en die was weer onderverdeeld in 8 mutsjes. een pint = 4 mutsjes = 0,6 l. een stoop = 2 mingelen = 2,4 l. een halfaam = 64 mingelen = 76,8 l. een aam = 128 mingelen = 153,6 l. een okshoofd = 1 1 / 2 aam = 230,4 l. een toelast = 4 aam = 614,4 l. Kleine glaasjes heetten pimpeltjes en waren niet steeds even groot; voor medicijnen, limoensap — tegen de scheurbuik e.d. gebruikte men pimpeltjes, waarvan er acht in een mutsje gaan. De inhoud van een pimpel was dus ruim 1,8 cl. Als eenheid voor granen, rijst e.d. diende de schepel = 27,814 l. Bahar, of baar: Inlandsche inhoudsmaat, bevattende plm. 500 Amsterdamsche pond specerijen; het gewicht was afhankelijk van het soortelijke gewicht.
interlopers zie Enterlopers
jongen Zie ook: Scheepsjongen.
jongmatroos ook Lichtmatroos. Een beginnende matroos, in vele gevallen nog zeer jong. Zodra een jongmatroos de nodige ervaring opgedaan had werd hij een volmatroos of matroos.
jongsoldaat een jonge soldaat
journaal scheeps-dagregister, logboek.
kajong gewichtseenheid; 20 pikol is 1 kajong.
kalfaten, kalefaten schoonbranden van de scheepshuid en opnieuw breeuwen en teren. Zie ook Breeuwen.
kamer één van de zelfstandige Nederlandse vestigingen van de VOC, met een eigen directie.
kanonnier militair met als taak het afvuren van kanonnen., een taak die ook door bosschieters werd uitgevoerd maar dat waren zeelui.
kardoes een zak met kruit.
kartouw gietijzeren of bronzen kanon met een relatief korte loop. Een half kartouw schoot 24 ponds ijzeren kogels, een heel kartouw kogels van 48 pond. Voor een veldtocht werden vooral halve kartouwen gebruikt. Ook dubbele en kwart kartouwen kwamen voor.
katten het met behulp van de penterbalk en takels op de rust van het fokkewant stouwen van het anker.
kielhalen, krengen het (aan de mast) omtrekken van het schip om de onderzijde te kunnen bewerken. Kielhalen ook: scheepsstraf: veroordeelde vastgebonden onder de kiel van het schip doorhalen (bedenk hierbij dat de scheepshuid doorgaans aangegroeid is).
kiellichter Zwaar en plat vaartuig voor het krengen, zo ver op zijn zijde trekken van een schip dat de kiel uit het water komt, voor onderhoud. Op de kiellichter stond een hoge zware mast die voorzien was van een takel die aan de mast van het te krengen schip was bevestigd. Het schip werd daarvoor geheel leeg gemaakt en alle openingen dicht gestopt. Soms ook Onderlegger genoemd.
kneppelkogel twee kogels verbonden door een staaf.
kolonie groter gebied waar territoriaal gezag wordt uitgeoefend, verkregen door verovering of door recht van afstand: Batavia (Java), Malakka, Poelikat (India), Zeelandia (Formosa).
konstabel zie Constapel.
konstapel zie Constapel.
korporaal militaire rang, onderofficier
krengen zie Kielhalen.
kwartiermeester rang onder de bootsman; hij deelde met hem de taken.
laadvermogen gewicht van de maximum toelaatbare lading, uitgedrukt in lasten of tonnen.
laarzen kastijden, geselen met een dik eind touw.
landrol personeelslijst van aan land gestationeerde Compagniesdienaren.
langscherp langscherp kan zijn een kneppelkogel (twee kogels verbonden door een staaf) of een schietbout (twee schijven verbonden door een staaf). Zie ook Rondscherp.
2

Als basis voor de woordenlijsten hebben onderstaande bronnen gediend:
- Brug, P.H. van der, 1994. - Malaria en malaise : de VOC in Batavia in de achttiende eeuw.
- Haalmeijer, H. en Vuik, D., 2002. - Fluiten, katten en fregatten - de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, 1602-1798.
- Kamer, H.N., 1995. - Het VOC-retourschip : een panorama van de 17de- en 18e-eeuwse Nederlandse scheepsbouw.
- Stapel, F.W., 1927 - Pieter van Dam's beschrijvinghe van de Oostindische Compagnie, eerste boek, deel 1.
- Wagenaar, L., 1994. - Galle, VOC-vestiging in Ceylon.